Hieronder staan alle thuistesten van vorig jaar.
Dit heb je nodig:
- Een kan water
- Een glas
- Een touwtje
Drenk het touwtje in het water. Zet vervolgens het glas zo'n 15 cm van de kan af, en hou de kan schuin boven het glas. Span nu het touwtje tussen de tuit van de kan en het glas, en giet heel langzaam wat water uit de kan, via het touwtje. Je zal zien dat het water niet naast het glas valt, maar via het touwtje het glas bereikt.
Verklaring:
In het water zitten allerlei moleculen die elkaar aan trekken, ze willen bij elkaar blijven. Je kan dat ook zien bij een waterpistool, het water komt eruit in een straal en niet in losse druppels.
Het touw is nat, dus als er water langs komt trekken de watermoleculen in het touwtje en het water dat uit de kan stroomt elkaar aan. Het water loopt langs het touwtje en door de oppervlakte spanning blijft het bij elkaar totdat het touwtje ophoudt.
Dit heb je nodig:
- Een blokje metaal
- Een blokje hout
Ga in je woonkamer of keuken op zoek naar metalen en houten voorwerpen. Bijvoorbeeld een houten stoel of een tafel, een metalen kraan of cv. Raak ze aan met je hand en gok welke van de twee objecten kouder is? Hoeveel graden scheelt dit denk je? Het scheelt namelijk niets! Beide materialen zijn even warm, rond kamertemperatuur. Verklaring: Het metaal voelt kouder aan. Dat komt omdat metaal zo goed de warmte geleidt, dat de warmte van je vinger al afgevoerd wordt zodra je het metaal aanraakt. Het voelt daarom koud aan. Hout heeft dat niet want is een slechte warmtegeleider. Hout voelt voor ons dus warmer aan als we het aanraken.
Dit heb je nodig:
- Een bord
- Een munt
- Een schijfje citroen
- Water
- Een glas
- Lucifers
Snij een schijfje van de citroen. Leg het schijfje citroen samen met de munt op het bordje. Giet hier vervolgens een laagje water over. Steek een paar lucifers in het schijfje citroen, en steek deze aan. Zet vervolgens het glas eroverheen. Je ziet het water nu het glas in stijgen. De munt komt zo droog te liggen. Verklaring: In het glas ontstaat een onderdruk, een lagere luchtdruk dan buiten het glas. Warme lucht zet uit. De lucht op het water aan de buitenkant drukt harder dan de lucht in het glas. Door het kleine kiertje tussen de rand van het glas en het schoteltje zuigt dat vacuüm het water het glas in.
Dit heb je nodig:
- Een zijden sjaaltje
- Brandwerende las-handschoenen
- Aansteker
- Een brandblusser
Deze proef moet je met z'n tweeën buiten in de tuin uitvoeren. Doe de las-handschoenen aan. Houdt het sjaaltje vast en span deze goed aan. Doe de aansteker aan en blaas het vlammetje uit waardoor alleen het gas stroomt. Beweeg de aansteker onder het sjaaltje heen en weer. Steek boven het sjaaltje het gas aan. De vlam brandt enkel boven het sjaaltje.
Verklaring:
De vlam dringt niet van bovenaf door het sjaaltje omdat de temperatuur waarbij het gas ontvlamt, onder het sjaaltje niet bereikt wordt. De warmte wordt verdeeld over het weefsel van het doek zodat de stof niet verbrandt. De warmte wordt snel afgevoerd zodat de vlam niet naar onder doorslaat.
Dit heb je nodig:
- twee lege petflessen
- Een paar centimeter (pvc)-buis waarvan de diameter precies in een flessenhals past.
Vul een fles met water. Bevestig de tweede fles zonder inhoud op die met water m.b.v. een stukje (pvc-)buis. Draai de flessen om. Het duurt voordat de fles leegloopt. Keer de flessen nogmaals om. Maak nu een draaiende beweging met de flessen, zodat er een draaikolk ontstaat. Je ziet dat de fles nu veel sneller leegloopt.
Verklaring:
Naast het water dat van de ene fles naar de andere moet stromen, moet ook de lucht zich door die kleine flesopening wurmen. Die lucht en het water botsen en werken elkaar dus tegen. Als je een draaikolk maakt, zorg je ervoor dat de lucht binnenin de draaikolk ongestoord naar boven kan, waardoor het water langs de kanten rustig naar beneden kan.
Dit heb je nodig:
-Twee ballonnen
-een stuk tuinslang
Blaas de ballonnen op. De ene wat groter dan de andere. Zet de ballonnen elk op het einde van een stuk tuinslang terwijl je de tuinslang dichtgeknepen houdt. Als je het stukje tuinslang los laat, loopt de lucht in de kleine ballon naar de grote ballon en blaast nog meer op.
Verklaring:
Bij het opblazen van een ballon moeten we twee denkbeeldige helften van elkaar wegduwen. De kracht die we daarvoor uitoefenen is gelijk aan de druk maal het oppervlak van de doorsnede. Dat oppervlak neemt toe met het kwadraat van de diameter: een twee keer zo grote ballon heeft een viermaal zo groot oppervlak van doorsnede. En dat grotere oppervlak heeft minder druk nodig om uit elkaar gedrukt te worden. De tegenwerkende kracht van de elastische ballonwand neemt niet zo sterk toe met de diameter om dat te verhinderen. Resultaat is dat de grootste ballon het makkelijkst groeit. Dat is ook de reden dat je een ballon in het begin moeilijk opgeblazen krijgt.
Dit heb je nodig:
- Maïzena
- Op muziek aangesloten geluidsbox
- Doorzichtig huishoudfolie
Leg de geluidsbox met de speaker naar boven op tafel. Span hier een stukje huishoudfolie overheen. Meng de maizena aan met een beetje water en schenk dit op het folie. Voer langzaam de bas van de muziek op. De trillende maizena-golfjes worden nu opspringende bellen die in elkaar overvloeien.
Verklaring:
Maïzena is een niet-Newtoniaanse vloeistof. Die vloeistoffen voldoen eigenlijk niet aan de eigenschappen die we kennen van vloeistoffen. Het gekke van maïzena is dat als het in beweging komt het niet vloeibaarder wordt maar juist steviger. En dat heeft hele vreemde gevolgen. In de toekomst hopen wetenschappers erachter te komen hoe het werkt. Misschien dat we dit type vloeistoffen dan kunnen gebruiken voor schokdempers of voor lichtere kogelvrije vesten, die tijdens het lopen meebewegen maar bij impact heel hard zijn.
Dit heb je nodig:
- Een flesje bier dat ongeveer 3 uur in de vriezer heeft gelegen.
Maak het flesje open en tik hard op de tafel. Je ziet nu in het flesje dat het bier spontaan verandert in ijs. Dat duurt enkele seconden.
Verklaring:
Je hebt hier te maken met onderkoeld bier. Dit betekent dat de vloeistof zo koud is, dat deze eigenlijk al had moeten bevriezen, maar daarvoor moeten de moleculen zich herschikken. Om dit in beweging te zetten en het eerste ijskristal te maken heeft het systeem een 'duwtje' nodig.
Hoe lager de temperatuur, hoe kleiner het duwtje dat nodig is. Als het bier verder afkoelt, zal het wel vanzelf bevriezen. Met de tik, geef je dit duwtje. De eerste ijskristallen zullen zich vormen op een onregelmatigheden in het bier. Door de tik ontstaan koolzuurbelletjes. Hierop kan het eerste ijskristal vormen. Als het eerste ijskristal gevormd is, kan daarop weer de volgende vormen, en daarop nog een... Omdat het bier al de temperatuur van ijs heeft, volgt de rest zo snel. De bubbels zorgen dus voor het begin van de bevriezing.
Dit heb je nodig:
- Een stengel spaghetti
Neem een stengel in beide handen tussen je duim en wijsvinger en buig deze langzaam, totdat hij breekt. De stengel zal in minimaal drie stukken breken.
Verklaring:
Elke spaghetti stengel heeft wat zwakke punten, dunnere punten die ontstaan tijdens het productie-proces. Als je nu de stengel buigt dan zet je druk op de gehele stengel en zal hij breken bij een zwak punt. Dan heb je dus al 2 stukken. Maar als de stengel breekt, zwiept de stengel de andere kant op. Dus eigenlijk buigt hij nog een keer en breekt dus weer op het zwakke punt van de overgebleven stengel. Door het zwiepen buigt de stengel meerdere keren en zullen er dus altijd 3 of meer stukken spaghetti terug te vinden zijn.
Dit heb je nodig:
- Sprinkhanen
- Bloem
- Peper & zout
- Chilisaus of chocoladesaus en poedersuiker
- Een frituurpan met olie
Maak gefrituurde sprinkhanen in een jasje van deeg (tempura), geserveerd met chilisaus of chocoladesaus en poedersuiker. Eetbare sprinkhanen kun je bestellen via het internet, je hoeft dus niet naar buiten met een vangnetje!
Verwijder de poten en vleugels. Van de bloem maak je een glad beslag, op smaak gebracht met peper en zout. De sprinkhaan haal je door het beslag en bak je krokant in olie. Laat ze goed uitlekken en eet bij voorkeur warm. Serveren met chilisaus of chocoladesaus en poedersuiker.
Verklaring:
Over de hele wereld kennen we ongeveer 1400 eetbare insectensoorten. Krekels, rupsen, bijen, mieren... en zelfs kakkerlakken! Die worden gegeten door ongeveer 80% van de wereldbevolking!
In het Westen heerst de misvatting dat mensen in de tropen enkel insecten eten om te overleven. Insecten zijn hoogwaardig voedsel. Ze zijn rijk aan proteïnen en wat betreft de voedingswaarde vergelijkbaar met rund- en varkensvlees. Ze bevatten essentiële vetzuren en belangrijke vitamines. Bovendien is er heel wat minder voer nodig voor de productie van 1 kilo insecten dan voor het zelfde gewicht aan rundvlees.
Dit heb je nodig:
- 2 personen
Strek je arm naar voren. Laat iemand anders hem naar beneden duwen. Dat gaat erg moeizaam. Laat de andere persoon nu met een krachtige, draaiende beweging enkele malen op de bovenarm, elleboog en pols duwen. Duw vervolgens weer op de hand. Nu gaat de hand makkelijk naar beneden.
Verklaring:
Door een aantal keer te duwen tegen de arm wennen je spieren in je arm aan deze krachtuitoefening. Je onder- en bovenarm vangen de kracht op die erop wordt uitgeoefend. De arm heeft zich te veel aangepast aan deze situatie en anticipeert hierop. We noemen dit spieradaptatie. De controle over de arm wordt zo tijdelijk vermindert.
Dit heb je nodig:
- Een Meetlint
- Een vrouw
- Pen en papier
Onafhankelijk van het vetpercentage of gewicht, kunnen vrouwen worden ingedeeld in vier verschillende categorieën. Om te weten te komen wat voor figuur je hebt, meet je je borstomvang (rondom het volste deel van de borst), taille (smalste stuk van de buik, net onder de ribben) en heupen (op het breedste deel van de heupen en kont). Wat voor fruit ben jij?
- Bij de appel is boven breder dan onder. De taille is maximaal 75% van de borstomvang en de borstomvang is minstens 110% van de heupomvang. Vet slaat zich als eerste op in de armen, schouders, borst en buik. (Voorbeeld: zwemster Sharon Davies)
- Een peer is duidelijk zwaarder bij de heupen. De taille is minstens 75% van de borstomvang en de heupomtrek is minstens 110% van de borstomvang. Vet slaat zich als eerste op in de kont en rond de heupen en dijen. Als men aankomt, dan gaat het vet rond de taille zitten en de buik. (Voorbeeld: Jennifer Lopez)
- Een banaan heeft een recht figuur. De taille is minstens 75% van de borstomvang of de heupomtrek waarbij borst en heup ongeveer dezelfde afmetingen hebben. Vet slaat zich op rond de taille (Voorbeeld: Mel C)
- En een zandloper heeft de ideale verhouding: de taille is maximaal 75% van de heup- of borstomtrek die ongeveer hetzelfde zijn. Vet slaat zich eerst op in armen, borsten, heupen en kont en vooraleer het naar de taille of buik trekt. (Voorbeeld: Marilyn Monroe)
Verklaring:
Een smalle taille wordt door mannen onbewust geassocieerd met gezondheid en vruchtbaarheid. Het is zelfs wetenschappelijk bewezen dat vrouwen met grote borsten en een smalle taille het vruchtbaarst zijn. Dat is de zandloper. Niet getreurd, dat heeft slechts 8% van de vrouwen.
De oude thuistesten van 2007 zien? Klik hier.