aa aa

Thuistesten 2009

In elke aflevering van Hoe?Zo! zit een test die je thuis kunt uitvoeren. Op deze pagina vind je de uitleg en de benodigdheden voor de thuistesten. Na iedere uitzending kun je op deze pagina ook het filmpje bij de thuistest bekijken.

Scheetgas

Afl. 9: Hind Laroussi en Thomas Berge

 

 

Dit heb je nodig:

- bakpoeder
- kopje azijn
- trechter
- fles
- ballon
- paar ml water

 

Giet het water in het flesje en voeg hieraan twee theelepels bakpoeder toe. Doe er vervolgens een scheutje azijn bij. Trek de ballon over de flesopening en schud flink.
Het mengsel zal eerst gaan schuimen en sissen en het schuim komt omhoog. De ballon zal vervolgens opgeblazen worden door het ontstane gas.

Verklaring:
Er zijn verschillende stoffen die kunnen zorgen voor gasontwikkeling, bijvoorbeeld bakpoeder, waar je dagelijks mee geconfronteerd wordt. Het bakpoeder reageert met de azijn in het flesje. Bij deze chemische reactie ontstaat een gas. Dat gas is koolstofdioxide. Het gas komt in de ballon terecht en blaast de ballon op. In brood of koekjesdeeg gebeurt hetzelfde: de gist of het bakpoeder zorgt ervoor dat er koolstofdioxide ontstaat. Deze gasbellen worden door het kleverige deeg "gevangen" en doen het deeg rijzen. Het gas is dus helemaal niet gevaarlijk.

Touwtje trekken

Afl. 8 - Emiel Sandtke en Esmaa Alariachi

 

 

Dit heb je nodig:

-    Blok ijzer
-    Twee dunne touwtjes (moet wel het ijzer kunnen dragen)

 

Je hebt een blok ijzer aan een touwtje hangen. Onder aan het blok ijzer hangt ook een touwtje. Trek nu eens met een ruk aan het onderste touwtje? Wat gebeurt er? Inderdaad het onderste touwtje breekt. Je kan ook heel langzaam aan het onderste touwtje trekken. Dan breekt juist het bovenste touwtje.

Verklaring:
Dit komt doordat het ijzer zwaar is. Door de massa van het ijzer duurt het lang voordat die in beweging wordt gebracht. Wanneer er een ruk aan het onderste touwtje wordt gegeven, is het blok ijzer te ‘traag’ waardoor de spankracht in het onderste touwtje groter wordt dan die in het bovenste touwtje. De snelle, flinke ruk, zorgt er voor dat het onderste touwtje breekt. Wanneer je heel langzaam aan het touwtje trekt werkt het ijzer in het midden mee. De spankracht wordt in het bovenste touwtje groter dan in het onderste touwtje.

Springende shampoo

Afl. 7 - Eva van der Gucht en Gerard Ekdom

 

Dit heb je nodig:

- Verschillende soorten shampoo of douchegel

 

Voor dit experiment heb je alleen shampoo nodig. Draai eens een shampoo fles om en laat het straaltje shampoo op je hand lopen. Houdt de shampoo fles zo’n 20 centimeter boven je hand. Als het goed is zie je de shampoo op een gegeven allerlei kanten omhoog springen. Niet elke shampoo is er geschikt voor, dit heeft te maken met de stroperigheid. Dus, je hoeft niet te vervelen onder de douche of tijdens het badderen; probeer verschillende shampoos eens te laten springen. En je kan het natuurlijk ook met soorten douchegels proberen. TIP: Als je de shampoo eerst even in de koelkast legt, werkt het nog beter.

Verklaring:
Shampoo is dik en stroperig wanneer het op je hand ligt, maar wordt dun en vloeibaar als je het uitsmeert op je lichaam. Die verandering van stroperigheid is belangrijk voor het springen van de shampoo. Wanneer je shampoo op je hand laat lopen wordt er een hoopje shampoo gevormd. De straal shampoo die van het hoopje glijdt, ontstaat omdat er een dun glijlaagje op het hoopje komt, waarvan de inkomende straal afglijdt. Daarna ontstaat er een kuiltje dat als ware een skischans vormt voor de shampoo. De straal wordt als het ware gelanceerd.

Emotionele trigger

Afl. 6 - Arie Boomsma en Berget Lewis

 

 

Dit heb je nodig:

 

-    een pen

 

Zorg dat je altijd een pen bij je hebt. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat je je het beste tegen emotionele triggers (lachende mensen en positieve woorden) in bijvoorbeeld reclames kan wapenen met een pen tussen je getuite lippen.

Verklaring:
TV- reclames spelen vaak in op je gevoel. Hierbij gaat het om het beïnvloeden van emoties. Uit onderzoek is gebleken dat je altijd reageert op emotionele triggers. Nieuw onderzoek van de Nederlanders Foroni en Semin bewijst dat met een bepaalde spier reageert als je lachende mensen of positieve woorden ziet. Ze ontdekten ook dat deze spiertrekkingen een directe invloed hebben op je beoordelingsvermogen; leuke dingen worden leuker. Om te controleren of hun theorie klopte, deden ze een tweede test, met twee groepen mensen. Bij de ene groep schakelden ze de lachspier uit met een pen, de andere groep kon blijven lachen. En wat gebeurde er? De groep waarbij de spier geblokkeerd werd, vonden de cartoons veel minder grappig dan mensen die hun spier wel konden gebruiken. Dus met een pen tussen je lippen ebn je minder gevoelig voor de emotionele triggers.

Kamferbootje

Afl. 5 - Hans Cornelissen en Kiki Classen

 

 

Dit heb je nodig:

 

-       Schaal
-       Water
-       Bootje
-       Kamfer (bij de betere drogist te krijgen)
-       Afwasmiddel
-       Karton of dik papier
-       Potlood

 

Teken een simpel klein bootje (zoals op het plaatje) op stevig papier of een kartonnetje en knip hem uit.
Klem een blokje kamfer in het hart van het bootje. De kamfer is de motor van je bootje! Vul de schaal met wat water en zet het bootje voorzichtig in de schaal met water. Wat gebeurt er? Je bootje begint meteen te varen en blijven maar in het rond schieten!

Probeer het daarna ook eens met afwasmiddel: doe wat afwasmiddel op de achterkant van het potlood. Stip met het potlood in het hart van de boot.wat gebeurt er nu? Je bootje gaat wel varen, maar stopt na een tijdje!
Wil je hem opnieuw laten varen met afwasmiddel? Dan moet je de schaal schoonmaken en nieuw water gebruiken!

Verklaring:
Ja, was het maar een of andere onuitputtelijke energiebron, maar wat je hier ziet is gewoon het gevolg van een beetje kamfer op het uiteinde van die bootjes…
De kamfer lost op in het water, net als afwasmiddel!
Kamfermoleculen gaan tussen de watermoleculen in het bootje zitten. Hierdoor ontstaat een hogere druk in de ‘uitlaat’ van het bootje. Water met kamfer vliegt achter het bootje uit de uitlaat en duwt het bootje vooruit!
Kamfer lost makkelijk op in water, maar verdampt ook weer heel snel. Hierdoor wordt het water achter het bootje direct weer schoon, en kan het bootje door blijven varen

Afwasmiddel lost ook op in het wateroppervlak, maar verdampt niet. Het schiet dus achteruit het bootje en verspreid zich over het hele schaaltje. Op het moment dat overal zeep in het water zit, vaart het bootje niet meer.

Steenlawine

Afl. 4 - Stacey Rookhuizen en Thomas van Luyn

 

Dit heb je nodig:

- Een cd-hoesje
- Plakband
- Rietsuiker
- Zout
- Kleine trechter
- Tang

 

Je pakt een cd-hoesje. Je haalt de montageplaat waar je normaal je cd in drukt er uit.
Vervolgens plak je alle gaatjes dicht met plakband. Je legt het cd-hoesje zo neer dat je de opening naar boven klapt als je het hoesje open zou doen. Boven aan de zijkant maak je een gaatje met bijvoorbeeld een tang. Je vermengt het de rietsuiker en het zout met elkaar in een beker, goed schudden. Vervolgens giet je het mengsel door de kleine trechter het cd - hoesje in. Je ziet dat er een verticale structuur ontstaat en het grove materiaal (rietsuiker) vooraan komt te liggen.

Verklaring:
Wat je in het cd hoesje ziet gebeurt in de natuur bij lawines van droog materiaal, bijvoorbeeld bij puinhellingen. Voordat het materiaal naar beneden rolt, bouwt er eerst een helling op, die als het steil genoeg is in een lawine naar beneden stroomt. Dit proces gaat continue door. Die verticale laagjes noemt men stratificatie.
Doordat het materiaal naar beneden rolt, komen de grote stenen aan de voorkant van de steenlawine te liggen, terwijl het fijnere materiaal door de lawinebeweging juist naar de achterkant en onderkant van de lawine beweegt. De grote stenen dienen als het ware als een zeef.

Zandbal

Afl. 3 - Gürkan Küçüksentürk en Melody Klaver

 

Dit heb je nodig:


-    Voetbal of basketbal
-    Een perspex pijpje (diameter van 15mm inwendig en ongeveer 30cm lang)
-    Een dobber die in het pijpje past
-    Zand
-    Water

 

Maak een gaatje in de (voet)bal en doe daar zoveel mogelijk zand in. Giet dan water erbij totdat de bal helemaal is gevuld. Steek vervolgens het perspex pijpje in de bal tot het midden van de bal. Kit dan het pijpje en de bal af met siliconenkit. Het water moet ongeveer 15 centimeter in het pijpje zitten. Plaats dan de dobber in het pijpje. Als je nu met veel kracht de bal met twee handen induwt, dan gebeurt er iets met de dobber. Gaat de dobber naar boven of naar beneden? De dobber gaat naar beneden!

Verklaring:
De voetbal kan je vergelijken met het strand. Op het strand liggen de zandkorrels heel dicht op elkaar. Dat is vergelijkbaar met de manier waarop een groenteboer zijn sinaasappelen op elkaar stapelt. Op die manier is de ruimte tussen de korrels minimaal. Ga je nu plaatselijk het zand belasten, wat je doet door met je voet op het zand te staan of door in de voetbal te knijpen, dan verstoor je de dichtst mogelijke stapeling. De korrels schuiven en rollen dan over elkaar. Daardoor ontstaat er meer ruimte tussen de korrels. Om die toegenomen ruimte op te vullen, wordt er water uit de omgeving weggezogen. Daardoor wordt het zand rond je voeten droger. En in de voetbal stroomt het water in het buisje naar binnen, waardoor de dobber daalt.

Zonsondergang nabootsen

Afl. 2 - Tijl Beckand en Elise van der Horst

 

Dit heb je nodig:

-    Grote glazen bak met water (aquarium)
-    Grote zaklamp
-    Pak melk
-    Lepel

 

Vul het aquarium met water, ga aan de ene kant van de bak staan en schijn de zaklamp door het aquarium heen naar de andere kant…..je ziet dat het licht er doorheen schijnt. Gooi nu een beetje melk in de bak met water en roer dit er met een lepel doorheen. Het water wordt troebel. Schijn nu nogmaals met de zaklamp door het aquarium heen en je ziet dat het licht oranje wordt: je hebt je eigen zonsondergang gemaakt.

 

Verklaring:
Overdag lijkt zonlicht wit, maar eigenlijk bestaat het uit alle kleuren van de regenboog. Vrijwel alle kleuren gaan overdag in een rechte lijn naar je oog. Maar niet alle kleuren, de kleur blauw is de eerste kleur die verstrooid wordt. Door zijn korte golflengte, botst hij sneller tegen stofdeeltjes in de lucht, als in een flipperkast, daarom is de lucht overdag blauw. Zodra de zon laag aan de hemel staat, moet hij door een dikkere laag van de dampkring heen en dus door veel meer stofdeeltjes, daardoor worden alle kleuren verstrooid, dan is de hemel één grote flipperkast. Alleen de kleur rood wordt niet verstrooid, maar gaat rechtdoor. Rood heeft namelijk een twee keer zo lange golflengte dan blauw. Daarom kan rood zich makkelijker om stofdeeltjes heen kronkelen, als een slang. Alleen bij veel vervuiling of een hoge luchtvochtigheid wordt ook rood licht verstrooid.

Nu heb je in het aquarium doormiddel van de melk een dampkring nagemaakt, het licht botst tegen de melkdeeltjes aan. Alleen de kleur rood schijnt nog steeds in een rechte lijn in onze ogen. Alle andere kleuren worden verstrooid en daardoor krijg je een zonsondergang.

Hellingproef colablikjes

Afl. 1: Nance Coolen en Alberto Stegeman

 

Dit heb je nodig:

- Twee blikjes met cola (of andere koolzuurhoudende drank)
- Een schuine helling

 

Pak twee blikjes frisdrank (met koolzuur!), en laat deze van een flauwe helling afrollen. Je kan bijvoorbeeld een tafel gebruiken, waarvan je twee tafelpoten iets hoger zet dan de andere twee tafelpoten. Je ziet dat de blikjes tegelijkertijd beneden komen. Daarna schud je één van de twee blikjes flink en laat je ze nog een keer van de helling rollen. Welke is nu als eerste beneden? Het niet-geschudde blikje zal eerder beneden zijn.

Verklaring:
Bij de eerste keer rollen krijgen de blikjes evenveel energie door de zwaartekracht. Ze zijn namelijk allebei even groot en even zwaar. Bovendien blijft de vloeistof onderin het blikje liggen en het gas bovenin. Bij de tweede keer rollen is de vloeistof in het geschudde blikje vermengd met het koolzuurgas, waardoor het niet meer klotst. Bij het rollen draait dit mengsel mee, als een soort centrifuge. Het kost energie om die centrifuge op gang te brengen. Daardoor maakt een geschudde blikje minder snelheid. Let op: na ongeveer 10 omwentelingen wordt het verschil in snelheid tussen de blikjes minder, omdat dan de cola in het niet-geschudde blikje ook al flink geschud is.