Een soepel vallend zilveren halssieraad

Materialen en gereedschappen

ketting van ringetjes op hals

ronde, houten mallen in verschillende maten, van 7 mm tot 20 mm doorsnede
zilverdraad 1, 1,5 en 2 mm
hamer met vlakke kant
metalen ondergrond om op te hameren, bijvoorbeeld een vlaktas
schenentang
platbektang
centerpons
boormachine en metaalboortjes
vijl

Ontwerp

Er zijn verschillende manieren om een halssieraad soepel om de hals te laten vallen. Dit kan met draad dat zo dun is dat het vanzelf met het lichaam mee ‘loopt’. Je kunt bijvoorbeeld garen, visdraad, staaldraad, acculondraad en heel dun goud- en zilverdraad gebruiken, maar ook met van zichzelf soepel materiaal als textiel en leer. Met dikker metaaldraad kun je ook sieraden maken die soepel en flexibel zijn.

Werkwijze

ijzerdraad om een stokje gewikkeld

Manieren om flexibele verbindingen te maken:

A Je wikkelt zilverdraad (1, 1,5 of 2 mm) om de houten mal. De spiraal die ontstaat, schuif je van de houten stok af. Je zaagt de spiraal in de lengterichting door, zodat er ringen ontstaan. Je kunt zo ringen maken van verschillende diktes en groottes. Deze buig je uit elkaar, je haakt ze in elkaar en buigt ze dicht met twee platbektangen. De volgorde van de ringen - in verschillende groottes - kan willekeurig zijn, maar je kunt ook voor een bepaald ritme kiezen.
B Je knipt 6 cm zilverdraad (1, 1,5 of 2 mm) van de rol af en vijlt de uiteinden vlak. Aan de beide uiteinden buig je met een rondbektang een oog. Deze ogen buig je uit elkaar. Je haakt ze in elkaar en buigt ze dicht. In de kralenwinkel kun je deze onderdelen als ‘kettelstaafjes’ kopen.
C Je zaagt of knipt 4 cm zilverdraad, 1,5 mm dik, van de rol af. Je hamert een van de uiteinden plat, zodat dat breder wordt. Deze techniek heet smeden. In het platte uiteinde boor je een gat van 1,5 mm doorsnede. Je vijlt van de buitenrand en van het andere uiteinde de braampjes (uitstekende deeltjes die scherp zijn) weg. Nu buig je een oogje aan het ronde uiteinde en je haakt dit door het geboorde gat. Als je dit een aantal malen herhaalt, ontstaat er een ketting.
D Je zaagt of knipt 3 cm zilverdraad van 1,5 mm dik af en hamert beide uiteinden plat. Je boort daarin gaten van 1 mm doorsnede en verbindt deze onderdelen met ringen van een andere draad die je zelf gemaakt hebt als onder A beschreven.
E Je knipt of zaagt stukken zilverdraad van 3 cm lengte en 1,5 mm dikte af en hamert één uiteinde van elk stuk plat. Je boort daar een gat in van 1,5 mm doorsnede. Het andere uiteinde steek je in het geboorde gat van een ander stuk. Nu hamer je het uiteinde plat dat door het gat gehaald is. Doordat het uiteinde nu breder is geworden, kan hij niet meer uit het gat. De verbinding is gemaakt.
F Je kunt ook klinken. Bij deze techniek sla je de uiteinden plat van circa tien draden van 4 cm lang en met een doorsnede van 1,5 mm en boort in beide uiteinden van een draadstuk een gat van 1 mm groot. Je neemt 1 mm zacht zilverdraad en pakt een uiteinde in de platbektang, zodat dat er nog 1 mm bovenuit steekt. Je knijpt de draad stevig in de tang vast en ter ondersteuning leg je deze op de werkbank. Nu sla je het uiteinde met de penhamer naar alle kanten breed uit, zodat je een soort spijkerkopje maakt aan het zilverdraad. Deze draad haal je door twee gaten van twee draadstukken. Omdat het einde van de draad breed uitgeslagen is, kan hij er niet door. Nu knip je deze zo af dat er nog 1 mm boven het gat uitsteekt. Je hamert dit gedeelte plat. Daardoor zitten de twee stukken draad vast en bewegen ze van rechts naar links, maar niet van boven naar onder.

Bij deze zes technieken kun je variëren in materiaal en de dikte en lengte ervan. Hierdoor krijg je al een heel andere uitstraling. Je kunt ook verschillende verbindingen in één sieraad te combineren. Door het bewerken van het metaal of het toevoegen van kralen gaat je halssieraad er anders uitzien.